links    contacteer ons    nederlands français     
home   |  Alles over COPD  |  Alles over Spirometrie   |  Alles over astma
Aconcagua 2010-2011  |  Partners  |  Pers


persbericht

Brochure

Brochure







Chronisch Obstructief Longlijden (COPD) of Rokerslong



 
Wat is COPD?

Een obstructieve longziekte wordt gekenmerkt door een vernauwing van de luchtwegen. De twee belangrijkste obstructieve longziekten zijn astma en COPD.

COPD (Chronic obstructive pulmonary disease) is een chronische en langzaam progressieve longaandoening die, net zoals astma, ontstaat ten gevolge van een vernauwing van de luchtwegen. Hierdoor vermindert het debiet van de luchtwegen geleidelijk en wordt het transport van de lucht naar de longen moeilijker. Terwijl bij astma de luchtwegvernauwing omkeerbaar is en meestal tijdens de kinderjaren ontstaat, manifesteert COPD zich meestal pas na de leeftijd van 45 jaar en is de vernauwing onomkeerbaar. In meer dan 9 gevallen op 10 is ze een gevolg van jarenlang roken. Daarom zou men ook van rokerslong kunnen spreken.

Chronische bronchitis en emfyseem zijn twee vormen van COPD, elk met hun eigen kenmerken. Ze kunnen apart of samen voorkomen.

Chronische bronchitis
Chronische bronchitis is een chronische ontsteking en vernauwing van de luchtwegen, waarbij de beschermlaag van de luchtwegen en de kleine haartjes die het slijm uit de luchtwegen verwijderen, worden beschadigd.

Emfyseem
Emfyseem is het gevolg van een progressieve beschadiging van de longblaasjes en hun wanden. De longen verliezen hierdoor hun soepelheid (elasticiteit). Bij uitademing wordt niet alle lucht uit de longen verwijderd. Emfyseem komt voor bij ernstiger vormen van COPD.


 
Oorzaken

Ongeveer 9 op de 10 COPD-patiënten zijn rokers of ex-rokers. Daarom kan men het ook rokerslong noemen. Meestal moet men één pakje per dag gedurende 10 jaren roken om COPD te ontwikkelen. Dat verklaart waarom COPD meestal pas na de leeftijd van 45 jaar optreedt.
Niet alle rokers ontwikkelen COPD. Men schat dat ong. 20% van de rokers gevoelig is en COPD kan krijgen. Ook genetische factoren, infecties, ondervoeding en laag geboortegewicht spelen een rol.
Naast roken kunnen ook sommige professionele of huishoudelijke produkten (bv. oplosmiddelen) aan de basis liggen van COPD.


 
Hoe wordt COPD vastgesteld (diagnose)?

In het begin heeft een COPD-patiënt geen of bijna geen klachten. Het zijn nochtans die klachten die, zeker bij rokers of ex-rokers, een lichtje moeten doen branden, en die een vroegtijdige opsporing van COPD mogelijk maken.

Volgende symptomen zijn typisch voor COPD-patiënten:

  • Chronische hoest, die de hele dag aanwezig is of enkel ’s ochtends bij het ontwaken;
  • fluimen (expectoraties);
  • een gevoel van kortademigheid (dyspnoe), vooral bij inspanning en toenemend met de jaren. De patiënten zijn hierdoor vaak niet langer in staat hun dagelijkse activiteiten uit te oefenen of zelfs een korte afstand te stappen. Veel mensen met COPD hebben problemen om de trap op te gaan zonder te stoppen om naar adem te happen. Mensen met COPD lopen meestal trager dan mensen van dezelfde leeftijd. Na verloop van jaren kan de kortademigheid regelmatiger voorkomen bij steeds minder en minder inspanning.

Gedurende ten minste de helft van de evolutie, is de patiënt zich van de aandoening niet bewust:

  • In 50% van de gevallen zijn hoest en fluimen niet aanwezig.
  • In de andere helft van de gevallen worden deze symptomen door rokers als normaal beschouwd.
  • In een vroegtijdig stadium doen dyspnoe of ademnood bij inspanning zich slechts bij belangrijke inspanningen voor.

De aanwezigheid van deze symptomen of problemen, vooral bij rokers of mensen die blootgesteld worden aan verontreinigende stoffen, zou aan COPD doen denken. Er bestaan ook vragenlijsten waarmee patiënten kunnen achterhalen of het aangewezen is een arts te raadplegen (zie verder).

Met een eenvoudige ademtest, een zogenaamde spirometrie, kan de diagnose snel en pijnloos bevestigd worden. Het is belangrijk dat de diagnose zo vroeg mogelijk gesteld wordt om een verdere evolutie van de ziekte te kunnen voorkomen.


 
Behandeling

COPD is niet volledig omkeerbaar, er ontstaat dus een blijvende luchtwegvernauwing. Die kan weliswaar behandeld maar niet genezen worden. In het eindstadium leidt COPD tot een uitgesproken daling van de levenskwaliteit en een belangrijke vermindering van de levensverwachting.
De symptomen kunnen verlicht worden met geneesmiddelen die voornamelijk de luchtwegen verwijden.
Met revalidatietechnieken kunnen we de levenskwaliteit van de COPD-patiënten verbeteren, maar kan het progressief verlies van longfunctie niet afgeremd worden.
Zuurstoftherapie verhoogt eveneens de levenskwaliteit van patiënten met een chronische afname van de zuurstofspanning in het bloed. Ook hiermee kan de vooruitgang van de ziekte niet gestopt worden.
Longtransplantatie is een uitstekende behandeling, maar het is erg ingrijpend. Bovendien is het aantal longdonoren zeer beperkt.


 
Wat is het verschil tussen COPD en astma ?

Astma is eveneens een obstructieve longaandoening ten gevolge van een chronische ontsteking van de luchtwegen. Kenmerkend zijn de aanvallen van luchtwegvernauwing en kortademigheid die periodiek of bij inspanning optreden. Buiten deze crisissen heeft een astmapatiënt een piepende ademhaling en/of hoest die al dan niet gepaard gaat met slijmen. De luchtwegvernauwing bij astma is niet continu aanwezig en is ze omkeerbaar. Bij COPD daarentegen is de luchtwegvernauwing permanent. Het gevoel van kortademigheid is dan ook elke dag aanwezig.
Astma komt op alle leeftijden voor, maar begint meestal vanaf de kinderleeftijd. COPD ontstaat meestal pas vanaf de leeftijd van 45 jaar.
Ook de oorzaken van astma verschillen van die van COPD. In geval van astma is er meestal sprake van een erfelijke overgevoeligheid van de luchtwegen. Indien een van beide ouders astma heeft, dan heeft het kind een kans van 50%. Indien beide ouders astma hebben, dan verhoogt de kans tot 70%. Een astma-opstoot is vaak een gevolg van een allergische reactie. Het type van allergie verschilt evenwel van persoon tot persoon. Mogelijke allergenen zijn o.m. pollen, huismijt, dierenhaartjes, schimmels... Soms kan een astma-crisis ook uitgelokt worden door temperatuurveranderingen, inspanning en luchtvervuiling.


 
Astma COPD
allergie Belangrijk, vooral bij kinderen Weinig of geen belang
Roken Geen relatie meer dan 90% van de patiënten
leeftijd Meestal vanaf kinderleeftijd Zelden voor 40 jaar
luchtwegvernauwing omkeerbaar onomkeerbaar
Diagnose spirometer Spirometer
Doel behandeling Volledig herstel luchtwegvernauwing door geneesmiddelen RookstopBehandeling symptomen met geneesmiddelen

 
Hoe ernstig is COPD?

De prevalentie van obstructieve longaandoeningen (COPD maar ook astma) stijgt in de hele wereld. COPD wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) beschouwd als de vierde meest dodelijke aandoening, na hartaanvallen, kanker en beroertes. COPD wordt verantwoordelijk geacht voor 6,4% van de overlijdens bij mannen en 3,9% bij vrouwen. Van alle belangrijke doodsoorzaken in de wereld is COPD de enige die toeneemt. Tussen 1965 en 1998 is het aantal sterfgevallen ten gevolge van COPD met 163% gestegen (terwijl het aantal beroertes daalde met 64%). De reden is de toename van het rookgedrag in de ontwikkelingslanden en het blijvende rookgedrag in de geïndustrialiseerde landen, evenals de veroudering van de bevolking.

De prevalentie van COPD bij rokers ouder dan 45 jaar wordt geraamd op meer dan 20%. In België wordt het aantal COPD-patiënten op 680.000 geschat. Minder dan de helft daarvan is gediagnosticeerd.

Ter vergelijking: de prevalentie van astma wordt geschat op 5 à 10% van de algemene bevolking. Ook deze prevalentie is de voorbije 25 jaar continu toegenomen, vooral bij kinderen en jong volwassenen. De WHO schat het aantal astma-patiënten wereldwijd op 150 miljoen (2001). 260.000 daarvan zijn overleden.

COPD is dus een belangrijke doodsoorzaak. Het heeft ook een zware impact op het budget voor gezondheidszorgen: de uitgaven voor COPD worden geraamd op 2% van het totale gezondheidsbudget. Vermits roken de hoofdoorzaak van COPD is, onderstreept dit nogmaals het belang van campagnes om mensen aan te zetten om te stoppen met roken.



 
Spirometrie



 
Wat is spirometrie?

Spirometrie is een eenvoudige, pijnloze en zeer betrouwbare techniek om de longfunctie of longcapaciteit te meten en vervolgens grafisch uit te beelden. Via deze test kan een arts met zekerheid stellen of iemand aan een obstructieve longaandoening lijdt, en kan men ook de evolutie van de ziekte opvolgen

 
Spirometer

Een spirometrie gebeurt met een spirometer. Dit is een apparaat verbonden met een slangetje in rubber of karton waarin de patiënt moet blazen. Hiermee wordt de longfunctie direct gemeten. De resultaten worden grafisch weergegeven op een zg. spirogram en kunnen automatisch vergeleken worden met referentiewaarden.
Er bestaan tegenwoordig kleine draagbare apparaten van uitstekende kwaliteit die helemaal niet duur zijn. Elke huisarts zou op termijn over een dergelijk apparaat moeten beschikken.


 
Belang van spirometrie

Iedereen is het erover eens dat een geregelde controle van de bloeddruk en van de glycemie belangrijke instrumenten zijn om hypertensie en diabetes op te sporen en patiënten op te volgen. Om dezelfde reden zou spirometrie een routine-test moeten worden voor de opsporing en opvolging van mensen met chronische longaandoeningen.

Spirometrie maakt het immers mogelijk om:

  • longaandoeningen in een vroeg stadium op te sporen
  • een correcte diagnose te stellen. De preciese plaats van de luchtwegvernauwing laat toe om een onderscheid te maken tussen COPD en astma.
  • de patiënt goed op te volgen.

 
Wie moet getest worden?

Gezien de hoge prevalentie van COPD en het gebrek aan duidelijk herkenbare symptomen, is het aan te bevelen om bij elke volwassene met ademhalingsklachten, een spirometrie uit te voeren.

Wie op volgende vragen minstens 3 keer positief antwoordt, komt zeker in aanmerking voor een spirometrie:

  • Bent u roker of ex-roker?
  • Bent u ouder dan 40 jaar?
  • Hoest u regelmatig? 
  • Hoest u regelmatig slijm op? 
  • Bent u sneller kortademig dan uw leeftijdsgenoten?

 
Wat wordt gemeten?

Heel wat mensen kennen hun bloeddruk, hun cholesterolgehalte, soms zelfs hun glycemie (suikergehalte in het bloed). Dat is perfect. In de toekomst zou u ook uw ESW en uw FVC moeten kennen.

ESW = Eén seconde waarde
De één seconde waarde (ESW), ook wel het geforceerde expiratoire volume in 1 seconde (FEV1) genoemd, is het maximale volume lucht (in liter) dat bij snelle en geforceerde uitademing vanuit volledige inademing in één seconde kan worden uitgeblazen. Het is belangrijk om die ESW-waarde te vergelijken met de ‘normale’ waarden van een vergelijkbaar persoon (leeftijd, geslacht, grootte). Aan de hand daarvan kan de ernst van de luchtwegvernauwing geëvalueerd worden.

FVC = Geforceerde vitale capaciteit
De geforceerde vitale capaciteit (FVC, van het Engelse Forced Vital Capacity) is het volume lucht (in liter) dat na volledige inademing maximaal kan worden uitgeademd. Het wordt gemeten tijdens een geforceerde uitademing. De patiënt moet daarbij zo hard en zo diep mogelijk inademen en daarna zo hard en zo snel mogelijk volledig uitademen.

ESW/FVC
Een gezonde volwassene kan tussen 70 en 80% van zijn vitale capaciteit uitademen tijdens de eerste seconde bij een geforceerde uitademing. Ligt de waarde (uitgedrukt als ESW/FVC) lager dan 70%, dan is de kans groot dat de luchtwegen vernauwd zijn door COPD (of astma).

Om na te gaan of de luchtwegvernauwing al dan niet omkeerbaar is, en om dus het onderscheid te maken tussen astma en COPD, zal de arts een bronchodilatatie (verwijding van de luchtwegen) uitvoeren.


 
Spirometrie in de praktijk

Een spirometrie kan plaatsvinden bij de longarts (pneumoloog), in een longfunctielabo of bij de huisarts.

Een draagbare spirometer is nauwelijks groter dan een GSM. Meestal is het toestel verbonden aan een computer, waarbij de resultaten op het scherm verschijnen. De toestellen in een longfunctielabo en bij de longarts zijn veel groter, maar het principe is hetzelfde. Wel kunnen met die toestellen enkele bijkomende tests uitgevoerd worden.

Zoals voor alle problemen met uw gezondheid, is het verstandig om eerst uw huisarts te contacteren. Indien uw huisarts het nuttig oordeelt om een spirometrie uit te voeren, kan hij/zij het onderzoek zelf doen, of u doorverwijzen naar een longfunctielabo of een longarts. Niet alle huisartsen voeren in eigen praktijk een spirometrie uit. De draagbare spirometers bestaan namelijk nog niet zo lang. Bovendien wordt een spirometrie bij de huisarts (nog) niet terugbetaald door het ziekenfonds. Ook indien uw huisarts zelf een spirometrie uitvoert, kan hij/zij u soms doorverwijzen voor verder onderzoek.

Waar moet ik op letten bij een spirometrie?
Spirometrie is een eenvoudig onderzoek, maar vraagt wel een flinke inspanning van de proefpersoon. Indien u niet echt maximaal inademt, of indien u niet snel genoeg uitademt, is de test niet betrouwbaar.

Het is dus erg belangrijk om goed de instructies van de arts of de technicus op te volgen. In de uren voor de test mag u geen zware maaltijd nemen en geen zeer zware inspanningen leveren. Indien u geneesmiddelen neemt voor de longen (inhalatoren, puffs,…) mag u die niet gebruiken in de uren voor de test.

Is spirometrie veilig?
Een spirometrie is een zeer veilige test. Bij fel uitademen verhoogt wel de druk in de buikholte, het hoofd en de ogen. Verwittig dus uw arts indien u pas een operatie hebt ondergaan in de buik of aan de ogen. Ook indien u lijdt aan een ernstige ziekte van de kransslagaders (instabiele angor), of recent een hartinfarct, een beroerte of een klaplong (pneumothorax) hebt doorgemaakt, meldt u dit best aan de arts.

Hoe verloopt een spirometrie?
De arts of de technicus zal u vragen om goed rechtop te zitten. U krijgt een klemmetje op de neus, en neemt het mondstuk van de spirometer goed in de mond, tussen de tanden. Op vraag van de arts of de technicus zult u zo diep mogelijk inademen, en daarna zo snel en zo krachtig mogelijk uitademen, tot uw longen helemaal leeg zijn. Dan opieuw volledig inademen. Men zal u vragen om dit drie of vier maal na elkaar uit te voeren, met telkens een korte rustpauze. Het geheel duurt niet langer dan een tiental minuten.

Wat is omkeerbaarheid of reversibiliteit testen?
Indien de spirometrie aantoont dat u lijdt aan een luchtwegvernauwing of -obstructie, dan kan de arts of de technicus u vragen om een product in te ademen om de luchtwegen te verwijden (bronchodilatatie). U moet dan een kwartier wachten, en daarna opnieuw een spirometrie ondergaan. Op die manier kan men beter een onderscheid maken tussen astma en COPD.


 
Resultaten 1ste Nationale Spirometriedag 2004

Op 31 maart 2004 organiseerde de Belgische Vereniging voor Pneumologie voor de eerste keer een Nationale Spirometriedag.

Bedoeling van die dag was:

  • Meer mensen met obstructieve ademhalingsproblemen (astma en COPD) vroeger opsporen;
  • De bevolking vertrouwd maken met de spirometer;
  • Nagaan in hoeverre het testen van de kleine luchtwegen versus de grote luchtwegen gestoord zijn bij beginnend COPD, en in welke mate deze afwijkingen meer aan COPD dan aan roken gerelateerd zijn.

Resultaten
Het initiatief van de Spirometriedag richtte zich tot mensen van veertig jaar en ouder die specifieke symptomen vertonen zoals chronische hoest, piepende ademhaling, aanslepende bronchitis, kortademigheid, en rokers of ex-rokers.

  • Ruim 80 % van de patiënten had van het initiatief gehoord via de kranten (55%) en TV (27%).
  • De speciale website kreeg 3.176 bezoekers, er waren 8.483 oproepen bij het call center.
  • Ruim 2.600 patiënten boden zich aan in 79 centra en er werden 1.901 spirometries uitgevoerd. 55 % van de patiënten waren mannen, 43% vrouwen. 48% kwam uit Vlaanderen, 32% uit Wallonië en 20% uit Brussel.
  • 24 % had een familiale voorgeschiedenis van astma, 15% van COPD. 16% had een persoonlijke voorgeschiedenis van astma, 13% van COPD.
  • 63% van de patiënten kloeg over hoesten, 56% over slijmen, 68% over kortademigheid en 64% had een piepende ademhaling. 
  • 71% was roker of ex-roker.
  • In totaal werd bij 24% van de patiënten een luchtwegvernauwing vastgesteld. Bij 12,6% van de onderzochte patiënten werd astma vastgesteld, bij 11,8% COPD en bij 4,3 % een verminderde longfunctie.

Een andere belangrijke vaststelling van de Spirometriedag was ook dat men via spirometrie de functie van de kleine luchtwegen kan meten en op die manier COPD in een zeer vroeg stadium kan opsporen.

Net zoals de arts bij zijn patiënten geregeld de bloeddruk meet, zou men spirometrie systematisch moeten gebruiken om obstructieve longaandoeningen op te sporen en op te volgen.


 
COPD en rookstop

De enige manier om de achteruitgang van de longfunctie bij COPD af te remmen, is stoppen met roken. Geneesmiddelen om de luchtwegen te verwijden kunnen helpen om de levenskwaliteit te verhogen en opstoten te vermijden, maar ze hebben slechts een gering effect op de verdere toename van de luchtwegvernauwing zelf.

De studie van Doll en Hill bij Engelse huisartsen heeft duidelijk aangetoond dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen roken en de mortaliteit ten gevolge van COPD.

Mortaliteit ten gevolge van COPD (per 100.000 patiënten)

Niet-rokers 5
< 15 sigaretten 34
15-24 sigaretten 64
> 25 sigaretten 106

In een minder geselecteerde populatie toonde Fletcher in ongeveer dezelfde periode aan dat 26% van de zware rokers COPD kregen.

Een opvallende vaststelling is het toenemend aandeel vrouwelijke COPD-patiënten: in 1970 waren slechts 19% van de COPD-patiënten vrouwen, in 1993 was dit reeds opgelopen tot 38,5%

De belangrijkste interventiestudie, de ‘Lung Health Study’, loopt sinds 1996 in de Verenigde Staten loopt. Hieraan nemen bijna 6000 rokers deel. Twee op drie daarvan kregen de gelegenheid om een intensief rookstopprogramma te volgen. Gedurende twaalf weken kregen ze nicotinevervangende kauwgum, in combinatie met cognitieve en gedragstherapie. De behandeling werd zeer goed verdragen, zonder enig neveneffect.
22% van de mensen die de therapie volgden (interventiegroep) stopten effectief met roken, tegenover 5% in de niet-interventiegroep (gemeten aan de hand van CO-meting in de uitgeademde lucht en de cotinine-waarde in het speeksel).

Vanaf het eerste jaar was er een duidelijke verbetering van de belangrijkste symptomen van COPD: chronische hoest, fluimen, piepende ademhaling en kortademigheid (dyspnoe).
11 jaar later werd de longfunctie van de personen uit de interventiegroep gemeten. 93% van de deelnemers die tijdens de studie gestopt waren met roken, waren ook na 11 jaar nog steeds gestopt. Bij 38% van de verstokte rokers werd een ESW/FVC beneden 60% vastgesteld. Bij de ex-rokers bedroeg dit minder dan 10%.

Een andere interessante vaststelling van de Lung Health Study was dat de achteruitgang van de longfunctie minder sterk was bij de deelnemers die enkele keren gestopt waren maar telkens hervielen, in vergelijking met de verstokte rokers. Bij diegenen die volledig gestopt waren met roken, werd een daling van de één seconde waarde (ESW) van 0,33% per jaar gemeten. Bij diegenen die enkele keren stopten maar herbegonnen bedroeg de jaarlijkse daling 0,55%, bij de verstokte rokers 1,18%.

Uit deze studie bleek verder dat vrouwen verstokter rokers zijn dan mannen, maar dat ze meer voordeel hebben bij een rookstop dan mannen.

Ten slotte toonde deze studie aan dat een rookstop wel degelijk gepaard gaat met een (lichte) gewichtstoename, vooral tijdens het eerste jaar en meer bij vrouwen dan bij mannen. Het effect van die gewichtstoename op de longfunctie is iets sterker bij mannen dan bij vrouwen. Dat heeft wellicht te maken met de verschillende vetverdeling. Dat effect is echter verwaarloosbaar in vergelijking met de negatieve effecten van roken.

Men kan alleen maar hopen dat wij op korte termijn kunnen beschikken over geneesmiddelen die helpen om te stoppen met roken en tegelijk het gewichtsprobleem aanpakken.
Men dient alleszins bij rookstop ook aandacht te hebben voor de problemen van gewichtstoename, onder meer door een wijziging van de voedingsgewoonten en meer fysieke activiteit.


 
>> Terug naar boven   



© 2022   spirometrie.be | V.U.: Van Meerhaeghe Alain, Eendrachtstraat 56, 1050 Brussel